Mijn vrouw schrijft uitvoerig over onze verbouwing en aanstaande verhuizing. Ze vindt het leuk en fijn, ze kijkt er naar uit om samen met mij in die fijne stulp te wonen.
Te wonen vooral, want het is nu een veredelde bouwput en dat komt haar, met stof en al, toch wel wat de neus uit.
Ik kan haar geen ongelijk geven.
Tegelijkertijd: ik vind het heerlijk. Ik vind het heerlijk om soms vage afdrukken van heel erg oude reflexen te voelen.  Dat ik opeens weer mijn vader hoor zeggen dat ik mijn spulletjes bij elkaar moet houden, of dat ik mezelf weer zie spelen met een werkbank.
Maar ook heb ik het gevoel dat ik wordt ingewijd in de diepere geheimen van de mannenwereld. De Echte Mannenwereld, welteverstaan, waar vanuit de heup wordt geschoten met een kitpistool en we praten over rachels, 4tjes, slagpennen en ga zo maar door.
Andere jongetjes van mijn leeftijd krijgen aanstonds een blos op de wangen als we gespeeld argeloos praten over de beste manier om iets te schroeven of te boren.
Maar ik kan het nog niet goed. Ik zou willen dat ik nog acht maanden verbouwing kon financieren. Meer kon leren en mooier en beter mijn eigen huis kon verbouwen.
Want dat is misschien wel het mooiste, dat het allemaal maakbaar is, naar jouw eigen smaak en eisen.
Helaas zit het er bijna op. Helaas, omdat ik nog steeds complete gipsplaten verzaag omdat ik verkeerd meet, omdat ik nog niet goed kan plannen, omdat er nog zoveel te leren valt en helaas, omdat het nog niet af is.
En dat ondanks de immense hulp die we tot nu toe gehad hebben. Het is zoveel, dat ik het bijna niet kan uitdrukken. Als ik dan eens iets schroef of veeg of boor, probeer ik me voor te stellen hoe ik iedereen de dank kan geven die ze toekomen. Ververs, slopers, bouwers, voeders, chauffeurs, clowns en bovenal natuurlijk bouwmeester Willem.
Willem moet een klusschool beginnen en wordt geheid overladen met goud en roem.
De laatste week gaat bijna in. Ik heb vrij en ik ga lekker alle remmen losgooien. Slapen in sloopsel, inpakken, bouwen, schilderen, verhuizen, noem het maar op.
En oh, ik heb er zin in.













Geniet ervan, je gaat er zeker naar terugverlangen. Ineens weer handen wassen, schone kleren aan, lijstjes ophangen, een asbak gebruiken, minder bier drinken. Het is als terugkomen uit China zeg maar. Maar dan kunnen we het altijd nog over voetbal hebben.
En er gaat vast wel weer iets stuk zodat je je klopboor, slagpluggen en cirkelzaag weer van zolder kunt halen om even te grommen.
Ben benieuwd hoe het geworden is!
Vergeet me niet nog even te bellen, voor ik het weet heb ik allemaal andere afspraken gemaakt en wordt het niks met mijn goede voornemens. Mooi verhaal, trouwens.