tegen de mensen die verschrikte ogen opzetten toen ik vertelde dat ik naar oeganda zou gaan, zei ik dat oeganda de efteling van afrika is. relatief gezien is oeganda inderdaad een rustig land, maar dat het er zó gezellig zou zijn had ik niet kunnen vermoeden.
het begon al bij de oegandese douane. een echte neger met een witte lach wenkte me naar zijn hok. hij nam mijn paspoort aan en vroeg: “how are you doing?” in amerika ben ik ooit eens aan mijn haren naar een kamertje achter customs gesleept omdat ik te weinig op mijn pasfoto leek en op basis hiervan vermoedde ik dat de douanier me een strikvraag stelde. “f-fine”, stamelde ik dan ook. hij: “where are you going?” daar zou je het hebben. wat te zeggen? wat zou hij willen horen? ik: “f-first to kampala. after that to lira and I will spend next weekend at murchison falls.” de douanier: “how long will you be staying?” ik: “eight days sir…” zijn gezicht verstrakte. hij keek me vorsend (mooi woord en dat deed ie!) aan en begon toen te lachen. acht dagen! dat is toch veel te kort om zijn prachtige land te leren kennen maar oeh-la-la, murchison falls, wat zou ik dat prachtig vinden, het mooiste wildpark van afrika miss! enjoy your stay!
verbouwereerd bedankte ik en liep verder naar de bagageband, terwijl ik vermoedde dat het invoeren van mijn satellietontvanger en laptop wél voor problemen zou kunnen gaan zorgen. niets van dit alles. geen metaaldetector, geen controle, alleen grote glazen schuifdeuren waardoor ik mijn eerste voetstappen in de afrikaanse buitenlucht zette.
efteling deel twee kwam de volgende dag. al weken voor vertrek was ik bezig geweest met het aanvragen van persvisa voor mij en twee collega’s. men had me veelvuldig gewaarschuwd voor corruptie en slapende honden wakker maken; wat de oegandese overheid niet weet, wat de oegandese overheid niet deert. mijn baas stond er echter op. na grondig speurwerk kwam ik uit bij ene paul m., naar wiens yahoo-adres mijn aanvraag gemaild moest worden. braaf gedaan en direct antwoord, zo snel mogelijk 300$ storten op een rekening in kampala. wederom braaf gedaan maar geen antwoord. op mijn voorzichtige mail of de betaling was aangekomen wel antwoord: de persvisa lagen klaar op het ministerie van informatie, kamer 21 en konden zó worden opgehaald.
dus vanochtend maar eens naar het ministerie van informatie getogen, verdieping elf in een morsig gebouw, waar twee gewapende militairen (heule grote guns!) op wacht zaten. de metaaldetector ging uit z’n plaatje maar in plaats van een stripsearch, kregen we grote glimlachen en mochten we zo doorlopen. op de elfde verdieping klopperdeklop op kamerdeur nummer 21 en daar zat mijn mailvriend, paul m. met een prachtig uitzicht. in welk hotel we zaten? wat we van z’n uitzicht vonden? of we op z’n bank wilden zitten? een assistent kwam binnen met drie vodjes papier á 100 dollar en een warme hand plus een thank you (én z’n visitekaartje met yahoo-adres) later stonden we weer bij de lift. egwel efteling!