“Propontis”, nooit als jacht gevaren… 1939 – 1942
Door: Huib de Vries, 4 nov, 2011 in Motorjachten, Speciaal vaartuigen
Tussen 1937 en 1939 was dit het vierde stalen jacht dat voor rekening van Nic. Kieken uit Warmond werd gebouwd. Met een lengte van ruim 28 meter, een breedte van 5.35 en een diepgang van 2.35 meter zou het opnieuw een imposant motorjacht worden. De Griekse opdrachtgever woonde in Engeland en men rekende er op dat het jacht, dat later de naam “Propontis” kreeg, omstreeks december 1939 zou worden afgeleverd, Maar dat liep allemaal heel anders.

In de werkweek van 12 tot 19 mei 1939 werd in Aalsmeer met de bouw begonnen. De technische ontwerper was ook nu weer Wouter Schram die regelmatig op “De Vlijt” te vinden was. Kieken leverde ook de motoren: twee Kermath diesels, type 6-707, elk 160 pk. De dekken werden van teakhout en er zouden 3 badkuipen, 5 wc’s en centrale verwarming worden ingebouwd.


Ontwerper Wouter Schram tijdens de mobilisatie van 1939 -1940
Kort na het begin van de bouw werd eind augustus 1939 in Nederland de algehele mobilisatie afgekondigd. Zowel Kieken als Schram moesten zich bij hun militaire onderdelen melden waardoor de voortgang van de bouw natuurlijk erg vertraagd werd. Bovendien werd het contact met de opdrachtgever erg moeilijk. Kieken gaf daarom in september 1939 de opdracht om voorlopig met het werk te stoppen. Toch werd in het voorjaar van 1940 de bouw weer voortgezet. Zo kreeg bijvoorbeeld nog op 1 mei 1940 de “Steven- en Roersmederij J.G. Benes” in Hoogezand de opdracht om 4 davits te leveren.

Ik kan U aanbieden 4 stuks davits, geheel compleet met gaffels en draadblokjes voor ƒ 300,- franco werf
Op 10 mei 1940 werd Nederland daadwerkelijk bij de Tweede Wereldoorlog betrokken. Opnieuw werd het werk aan de “Propontis” stilgelegd, Kieken en Schram waren weer opgeroepen en contact met de eigenaar leek nu voorgoed verbroken. Toch schreef Kieken nog diezelfde maand naar de werf dat hij geen reden zag om niet met de bouw van het jacht verder te gaan. “De eigenaar is een Griek en dat is een neutraal land”, zo liet hij weten… Maar langzamerhand werd duidelijker dat er voorlopig geen oplevering zou plaatsvinden. Pas anderhalf jaar na het begin van de bouw, op donderdag 26 september 1940, werd het jacht te water gelaten. Niemand wist wat er nu verder moest gebeuren. Voorlopig werd besloten om het schip bovendeks waterdicht te maken en het een ligplaats naast de scheepswerf te geven.

Zo verstreek weer een lange periode totdat in mei 1942 duidelijk werd gemaakt dat de Duitse Kriegsmarine het half afgebouwde jacht had gevorderd. Het stalen schip moest worden omgebouwd tot een marinevaartuig en met dat werk moest direct begonnen worden. Op 17 juni 1942 kreeg de werf bezoek van een Duitse afgevaardigde die in grote woede ontstak toen hij merkte dat er nog niets aan het schip was gedaan. Zo werd onder zware druk en met tegenzin van zowel Kieken als De Vries het fraaie jacht omgebouwd tot een soort ‘oorlogsschip’. Veel werd er niet gedaan en na een proeftocht in september van dat jaar verdween de “Propontis” van de werf met onbekende bestemming.

In december 1945 kwam het motorjacht nog één keer in de bewaarde correspondentie naar voren, als Kieken en De Vries samen met een kapitein-luitenant van de Koninklijke Marine de gang van zaken nog eens bespreken.
Het is niet bekend wat er met de “Propontis” gebeurde, duidelijk is wel dat ze nooit ergens als motorjacht is opgedoken.
1 Trackback(s)
Post a Comment