<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>SCHEEPSWERF DE VLIJT</title>
	<atom:link href="http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress</link>
	<description>Fa. H. &#38; J. de Vries, Aalsmeer, Holland</description>
	<lastBuildDate>Fri, 10 Feb 2012 12:45:38 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.2.1</generator>
		<item>
		<title>Motorvlet &#8220;Brack&#8221;  1959</title>
		<link>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/motorvlet-brack-1959/</link>
		<comments>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/motorvlet-brack-1959/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 10 Feb 2012 12:45:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huib de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Sloepen]]></category>
		<category><![CDATA[Sloepen en vletten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/?p=2592</guid>
		<description><![CDATA[BPM Vanaf 1950 kreeg de scheepswerf steeds vaker opdrachten van Shell, of liever gezegd van de BPM. Voor de vele employees in het gebied rond Venezuela en Curaçao zorgde het bedrijf dat er voldoende mogelijkheden voor recreatie kwamen. Watersport was voor de hand liggend en daarom werden op verschillende werven in Nederland veel jachtjes gebouwd die naar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>BPM<br />
</strong>Vanaf 1950 kreeg de scheepswerf steeds vaker opdrachten van Shell, of liever gezegd van de BPM. Voor de vele employees in het gebied rond Venezuela en Curaçao zorgde het bedrijf dat er voldoende mogelijkheden voor recreatie kwamen. Watersport was voor de hand liggend en daarom werden op verschillende werven in Nederland veel jachtjes gebouwd die naar Midden- en Zuid-Amerika verscheept werden.  Dat gebeurde ook bij de &#8220;De Vlijt&#8221;. Behalve zeiljachten, bijvoorbeeld de Sturdy&#8217;s  en zeilboten van de Pampus klasse, werden ook verschillende motorvlets voor de jachtclub op Curaçao gebouwd.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm8.staticflickr.com/7209/6850606455_6a0424056f.jpg" alt="" width="450" height="332" /><em>Oktober 1959, monteur Dirk Waaijman bestuurt de &#8220;Brack&#8221; tijdens de proefvaart<span id="more-2592"></span></em></p>
<p><strong>Teakhouten vlet<br />
</strong>Deze vlet was 7,50 m lang, 2,30 m breed en had een diepgang van 0,60 meter. In de vlet werd een B.M.C. motor geplaatst. De opdrachtgever was BPM Curaçao. Samen met drie teakhouten Pampussen werd de vlet, die de naam &#8220;Brack&#8221; kreeg, eind oktober 1959 vanuit Amsterdam naar de &#8220;West&#8221; verscheept.</p>
<p><strong>Bouw<br />
</strong>Op 25 juni 1959 werd door Ton Kok, Wim Stui, Bertus Middelkoop en Jan Kappelhof met de bouw begonnen en op 22 oktober was de boot klaar. De kostprijsberekening in guldens van deze teakhouten vlet is bewaard gebleven en zag er als volgt uit:</p>
<p>- draaiwerk en smeden      313<br />
- timmerwerk                     2204<br />
- schilderwerk                       401<br />
- montage                               256<br />
- belasting en lasten         4129</p>
<p>- materialen en motor    9664</p>
<p>-Kostprijs                         16.969</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm8.staticflickr.com/7166/6850600889_a239775684.jpg" alt="" width="450" height="322" /><em>&#8220;Brack&#8221;, bouwnummer 562, lengte 7,50, met aan het roer Jo van Laar</em></p>
<p><strong>Slot<br />
</strong>Bij verschillende bezoekjes aan Curaçao, vele jaren nadat de vlet werd afgeleverd, kon niet meer worden vastgesteld of ze daar nog steeds ergens rondvaart. Ook van de drie zeilboten van de Pampus klasses die voor de BPM naar het eiland werden gebouwd, is tot nu toe niets meer bekend.<br />
Van bouwnummer 562, de &#8220;Brack&#8221;, hebben we gelukkig nog enkele foto&#8217;s die in de herfst van 1959 achter de scheepswerf werden gemaakt.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong> </strong></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/motorvlet-brack-1959/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Trio&#8221;,  1959</title>
		<link>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/trio-1959/</link>
		<comments>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/trio-1959/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 21 Jan 2012 19:26:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huib de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zeiljachten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/?p=2460</guid>
		<description><![CDATA[Stalen Motorzeiler, bouwnummer 551 &#8220;Trio&#8221; zeilend van de Ringvaart naar de scheepswerf. In de cockpit zit timmerman Wim Stui Dit zeiljacht was ontworpen door H.W. de Voogt en een zusterschip van bouwnummer 550, ‘Flevo”. De afmetingen waren als volgt: lengte over alles  11 meter, breedte 3.30 m en diepgang 1.10 m. De staalplaten van de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: left;"><strong>Stalen Motorzeiler, bouwnummer 551</strong></p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm8.staticflickr.com/7165/6730928653_30b90d5b06.jpg" alt="" width="379" height="500" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>&#8220;Trio&#8221; zeilend van de Ringvaart naar de scheepswerf. In de cockpit zit timmerman Wim Stui</em></p>
<p>Dit zeiljacht was ontworpen door H.W. de Voogt en een zusterschip van bouwnummer 550, ‘Flevo”. <span id="more-2460"></span>De afmetingen waren als volgt: lengte over alles  11 meter, breedte 3.30 m en diepgang 1.10 m. De staalplaten van de romp waren gelast, de kielplaten hadden een dikte van6 mm, de rest van de romp was 4 en 5 mm dik. In totaal werd 1000 kg ballast, bestaand uit ijzer gemengd met cement in de kiel geplaatst. De dekken waren van 30 mm teak, de opbouw van 30 mm  mahonie.<br />
De zeilen werden gemaakt bij Kersken in Kudelstaart, het grootzeil was 24,6 m² en de stagfok 12,3 m². Beide zeilen waren van dacron. De mast, giek en fokkeboom waren van oregon pine. Het jacht was kitsgetuigd. De hulpmotor was een Universal “Unimite 4”, benzinemotor van 38 pk.</p>
<p><img src="http://farm8.staticflickr.com/7154/6730927671_cdecfba043.jpg" alt="" width="450" height="338" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>Zelflozende cockpit van de &#8216;Trio&#8217; met mahonie vloer en banken</em></p>
<p><strong>Bouwgeschiedenis<br />
</strong>Kort nadat met de bouw van het motorzeiljacht ‘Flevo’ was begonnen, werd op de werf besloten om voor eigen rekening een zusterschip op stapel te zetten. Op 6 december 1957 begonnen de ijzerwerkers Eemstra, Pulleman en Van de Broek op de spantenvloer met het werk. Ruim een maand later, half januari 1958, kwam er vrij plotseling een koper voor het zeiljacht.  Het was de Fransman Jean M. Frankel, maar hij stelde verschillende ingrijpende wijzigingen in het ontwerp voor waardoor de bouwtijd erg werd verlengd. Pas in augustus 1958 werd het werk weer voortgezet en in mei 1959 volgde de doop tot “Trio” en de tewaterlating. De datum van de Bijlbrief was 4 mei 1959.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm8.staticflickr.com/7144/6730928153_a61428a35e.jpg" alt="" width="391" height="500" /><br />
<em> Bijlbrief, 4 mei 1959</em></p>
<p>Nadat er achter de werf en op de Ringvaart was proefgevaren, vertrok de ‘Trio’ van Aalsmeer naar Rotterdam. Daar werd ze op 12 juni aan boord van het zeeschip ms ‘Leiderkerk’ van de VNS  naar Marseille vervoerd. Deze verscheping kostte ƒ 4150.</p>
<p><strong>Brief, 12 juni 1959<br />
</strong><em>Geachte heer,</em></p>
<p><em>De &#8220;Trio&#8221; kwam in Rotterdam zonder een schrammetje aan boord van de ‘Leiderkerk’, een nieuw schip. De sleutel van de deur van het jacht is aan de Eerste Stuurman gegeven, de andere sleutels liggen in de kast van de eigenaarshut.<br />
</em><em>Wij hopen dat de ‘Trio’ u en uw familie heel veel zeilplezier zal geven.</em></p>
<p><em>Hoogachtend,<br />
Gebr. De Vries, Aalsmeer </em></p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm8.staticflickr.com/7029/6737007329_423ae21502.jpg" alt="" width="383" height="500" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>Bouwnummer 550, &#8220;Flevo&#8221;, zusterschip van de &#8220;Trio&#8221;</em></p>
<p><strong> Slot<br />
</strong>Enkele jaren geleden werd de vroegere ‘Trio’ op internet te koop aangeboden. Sindsdien is van dit motorzeiljacht niets meer bekend.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/trio-1959/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Moyee&#8221;,  1959</title>
		<link>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/moyee-1959/</link>
		<comments>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/moyee-1959/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 18 Dec 2011 11:27:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huib de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zeiljachten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/?p=2400</guid>
		<description><![CDATA[Stalen zeiljacht Uit drie oorspronkelijke maar beschadigde tekeningen stelde Harald de Vries deze tekening van de romp opnieuw samen In de zomer van 1958 tekende ontwerper E.G. van de Stadt, Zaandam, dit stalen zeiljacht met hulpmotor voor de Engelsman Harold Flory. De lengte was 13,62 (45&#8217;3), breedte 3,80 m en de diepgang was 1.90 meter. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: left;"><strong>Stalen zeiljacht</strong></p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm8.staticflickr.com/7034/6658439035_700ce06d6d.jpg" alt="" width="450" height="148" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>Uit drie oorspronkelijke maar beschadigde tekeningen stelde Harald de Vries deze tekening van de romp opnieuw samen</em></p>
<p style="text-align: left;">In de zomer van 1958 tekende ontwerper E.G. van de Stadt, Zaandam, dit stalen zeiljacht met hulpmotor voor de Engelsman Harold Flory. De lengte was 13,62 (45&#8217;3), breedte 3,80 m en de diepgang was 1.90 meter. Op 3 juli 1958 was het eerste contact hierover met scheepswerf &#8220;De Vlijt&#8221;  in Aalsmeer en al op 21 augustus werd daar met de bouw begonnen!</p>
<p style="text-align: left;"><strong>Lood<br />
</strong><span id="more-2400"></span>Het zeilschip werd geballast met 4000 kg broodjes lood in cement in de kiel vastgezet. Ruim 400 kg broodjes lood werd los gehouden, dit diende als trimballast. Het lood werd op de werf gesmolten in een soort grote stalen ketel. Werf medewerker Jo van Laar was in oktober 1958 25 uur met dit karwei bezig.<br />
De holle, silverspruce mast was 15 meter lang en werd gemaakt bij Van der Neut in Alphen a.d. Rijn. De eigenaar leverde zelf de &#8216;terylene&#8217; zeilen die in Engeland waren gemaakt. Het casco werd elektrisch gelast, de huidplaten waren 3 mm dik en werden gezandstraald en gezinksprayed. Het dek bestond uit een onderlaag van 10 mm hechthout met daarop een dek van 10 mm teakhout. De opbouw werd gemaakt van 15 mm teakhout.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm8.staticflickr.com/7012/6661818243_5b5d90761c.jpg" alt="" width="357" height="500" /><br />
<em>Detail tekening van Van de Stadt van dek en opbouw: hechthout en teak </em></p>
<p style="text-align: left;">De hulpmotor was een 50 pk B.M.C. Commodore diesel. Het jacht kreeg de naam &#8220;Moyee&#8221;, over deze naam volgt verderop meer. Op 28 april 1959 werd de &#8220;Moyee&#8221; te water gelaten. Op 7 mei 1959 was het schip klaar om naar Engeland te vertrekken. Flory zeilde via Hoek van Holland naar zijn thuishaven, waarschijnlijk in Ramsgate. Omstreeks 1960 was hij lid van de Medway Yacht Club, later van de Royal Temple Yacht Club in Ramsgate.</p>
<p style="text-align: left;"><strong>Harold Flory Ltd. Bromley</strong><strong></strong></p>
<p style="text-align: center;"><img class="alignleft" src="http://farm8.staticflickr.com/7001/6530463919_3ef8a25b9c_b.jpg" alt="" width="221" height="295" /></p>
<p style="text-align: left;">Eigenlijk staat hiernaast een wat vreemde foto. Niet de &#8220;Moyee&#8221;,  maar het speelgoedzeiljacht &#8220;Sprite&#8221; staat hier afgebeeld, gemaakt omstreeks 1950 in de fabriek van <em>Harold Flory Ltd.</em>  in Bromley, de romp is van geperst metaal, de metalen kiel zit met een vleugelmoer aan het casco vast. De lengte is 43 cm en de toale hoogte is 58 cm.<br />
Waarom deze foto ? Eenvoudig omdat op dit ogenblik nog geen goede foto van de &#8220;Moyee&#8221; bekend is. Wie weet meer over dit zeiljacht?<br />
Overigens werden niet alleen speelgoed zeilbootjes door Flory gemaakt, ook auto&#8217;s en zelfs een speelgoed onderzeeër (de &#8216;Snort Submarine&#8217;) verlieten in grote aantallen zijn fabriek. Regelmatig worden deze artikelen nog op websites aangeboden.<br />
<strong><br />
De naam: &#8220;Moyee&#8221;<br />
</strong>Flory was eigenlijk van plan om bij De Vries alleen de romp te laten maken, maar in de herfst van 1958 besloot hij om het jacht compleet bij &#8220;De Vlijt&#8221; te laten afbouwen. Het verhaal gaat dat de heer Flory getroffen werd door de Nederlandse tekst &#8220;<em>Mooi he?&#8221;</em> als over zijn schip werd gesproken. Hij besloot daarna om daarom zijn jacht &#8220;Moyee&#8221; te dopen.</p>
<p style="text-align: center;"><em> Bijlbrief, 4 mei 1959</em></p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm8.staticflickr.com/7023/6661745929_5eecf25b4d.jpg" alt="" width="384" height="500" /></p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm8.staticflickr.com/7163/6672765911_f96a46434a.jpg" alt="" width="450" height="365" /></p>
<p style="text-align: center;"><em> Lloyd&#8217;s Register Of Yachts, 1972, boek voor Gebroeders De Vries Scheepsbouw. Hierin staan de gegevens over Mr. Flory&#8217;s zeiljacht &#8220;Moyee&#8221; vermeld</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/moyee-1959/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Hebe&#8221;, motorzeiljacht,  1957</title>
		<link>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/hebe-motorzeiljacht-1957/</link>
		<comments>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/hebe-motorzeiljacht-1957/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 26 Nov 2011 14:52:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huib de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zeiljachten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/?p=2352</guid>
		<description><![CDATA[Zelfvarend woonschip Dit kitsgetuigde motorzeiljacht was een ontwerp van R. van den Akker uit Hilversum in opdracht van de heer T. den Breejen van den Bout. Briefhoofd Van den Akker, brief  9 februari 1956 Het stalen jacht werd voor het grootste deel geklonken; was 16,60 meter lang, 4,20 m breed en voorzien van een stalen midzwaard. De [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: left;" align="center"><strong>Zelfvarend woonschip</strong><br />
Dit kitsgetuigde motorzeiljacht was een ontwerp van R. van den Akker uit Hilversum in opdracht van de heer T. den Breejen van den Bout.</p>
<p style="text-align: center;" align="center"><img class="aligncenter" src="http://farm8.staticflickr.com/7018/6404265025_86bde7a3a7.jpg" alt="" width="450" height="209" /></p>
<p style="text-align: center;" align="center"><em>Briefhoofd Van den Akker, brief  9 februari 1956</em></p>
<p style="text-align: left;" align="center">Het stalen jacht werd voor het grootste deel geklonken; was 16,60 meter lang, 4,20 m breed en voorzien van een stalen midzwaard. De volgende post is nog in een oud rekeningenboek te vinden: <em>50 kg klinknagels 3/8 , totaal ƒ 45</em>.</p>
<p style="text-align: center;" align="center"><img class="aligncenter" src="http://farm8.staticflickr.com/7168/6401194341_d44d7b1548.jpg" alt="" width="351" height="500" /></p>
<p style="text-align: center;" align="center"><em>&#8220;Hebe&#8221; onder zeil op de omslag van het reisverhaal van John Latham</em></p>
<p style="text-align: left;" align="center"><span id="more-2352"></span>De twee masten werden gemaakt bij de firma D. van der Neut en de zeilen door zeilmakerij Kersken in Kudelstaart. Enkele zeilen waren van dacron en de rest van Egyptisch katoen. Het mastbeslag en het tuigwerk was kostbaar voor die tijd, het werd door het bekende bedrijf <em>Merriman Bros</em> uit Boston geleverd. De twee diesels, Perkins ‘<em>S6 Marine</em>’, hadden elk een vermogen van 80 pk. De brede  salon had een opbouw van 3 mm teakhout, de dekken waren van 4 mm dik moulmain teak, riftgezaagd. De drie hutten aan boord waren ruim van opzet en mooi betimmerd naar ontwerp van meubelfabriek A. van der Loo uit Waddinxveen. Kortom, het was een luxe en fraai <em>&#8220;zelfvarend woonschip&#8221;</em> zoals het in het contract werd genoemd.</p>
<p style="text-align: center;" align="center"><img class="aligncenter" src="http://farm8.staticflickr.com/7013/6401191621_95e8bbcf00.jpg" alt="" width="351" height="500" /></p>
<p style="text-align: center;" align="center"><em>Eerste blad van het contract, links het touwtje waarmee de verschillende bladen werden bijeengehouden</em></p>
<p style="text-align: center;" align="center"><img src="http://farm8.staticflickr.com/7034/6404730423_cd8d80cc14.jpg" alt="" /></p>
<p style="text-align: center;" align="center"><em>Merriman Bros, Manufacturers of Yacht Blocks Fittings-Rigging,                              Boston, 18 januari 1957</em></p>
<p style="text-align: left;" align="center"><strong>Bouwgeschiedenis</strong></p>
<p style="text-align: center;" align="center"><img class="aligncenter" src="http://farm8.staticflickr.com/7160/6404265325_4e11f8270f.jpg" alt="" width="450" height="405" /></p>
<p style="text-align: center;" align="center"><em>Januari 1957, timmerwerk aan de opbouw: op de ladder Bertus Middelkoop, aan boord v. l.n.r. Jaap van Wieringen, Jan Berkelaar en Adrie Remeynse. Op de voorgrond wordt het dek gebreeuwd door Jan van Klink.  Fotograaf:  Louis van Paridon</em></p>
<p style="text-align: left;" align="center"><em></em><br />
Direct nadat de proeven in de sleeptank van het Scheepsbouwkundig Proefstation in Wageningen met succes waren afgesloten, begon  op 8 maart 1956 de afschrijver Henk Eemstra met zijn werk op de spantenvloer. Door allerlei omstandigheden, er was nog steeds materiaalschaarste en veel materialen moesten per schip uit Amerika worden aangevoerd, verliep de bouw niet erg snel. Pas in januari van het jaar daarop was de romp klaar en gescopeerd. Daarna ging alles tamelijk vlot. Op 21 juni 1957 volgde de tewaterlating waarvoor een extra bedrag van ƒ 210 werd berekend. Er waren anjers (ƒ 15), sigaren en sigaretten (ƒ 40,06) en er werd drank geschonken ter waarde van ƒ ƒ 18,65&#8230;<br />
Op 25 juli 1957 werd de “Hebe II” overgedragen aan de  eigenaar, nadat hij een prachtige zeiltocht had gemaakt waarover hij zeer tevreden was.  De scheepsnaam “Hebe” sloeg op de Griekse godin, maar volgens de tweede eigenaar, John Latham, was het ook een samenstelling van de namen<br />
van de twee kinderen van Den Breejen van den Bout.</p>
<p style="text-align: left;" align="center"><strong>Adventures of Hebe</strong><br />
Nadat opdrachtgever den Breejen van den Bout in 1967  was overleden, werd de “Hebe” te koop aangeboden.  Toen de 60 jarige Amerikaan John Latham de “Hebe” voor het eerst zag, lag ze op de scheepswerf van G. de Vries Lentsch in Nieuwendam. Dat was eind 1968 en hij werd direct verliefd op het zeiljacht dat er verwaarloosd bij lag. Toch kocht hij de “Hebe” en maakte samen met zijn vrouw Eunice vanaf mei tot  augustus 1969 een tocht over de Europese binnenwateren, van Amsterdam  naar Athene.<br />
Jaren later schreef hij daarover het boek <em>“Adventures of  Hebe”, </em>dat in 1976 in Chicago werd uitgegeven. In het boek beschrijft hij het wel en wee van deze tocht die niet altijd voorspoedig verliep, maar die toch alle deelnemers veel plezier verschafte. Het boek is nog steeds te koop zowel in Amerika als in Europa. Na aankomst in Athene verhuurde hij de &#8220;Hebe&#8221; aan een Griek, die later het jacht kocht en het de naam &#8220;Harpie of Argolidos&#8221; gaf.<br />
De volgende eigenaar was een jonge Amerikaan, die de “Hebe”  verwaarloosde en omstreeks 1985 de boot verkocht, ook weer aan een  Amerikaan. Een Hollandse bemanning bracht de “Hebe” daarna van Gibraltar naar  Amsterdam, waar het schip werd opgeknapt. De nieuwe eigenaar liet het schip naar het Caribische gebied brengen en verhuurde haar daar als charterschip. In 1990 was het schip weer in Nederland, daarna weer in de  Cariben  om daarna omstreeks 1995 weer  naar Holland te komen. Waarschijnlijk werden toen twee nieuwe motoren  ingebouwd.<br />
Vanaf die tijd is niet meer na te gaan of de “Hebe”nog  steeds ergens in de vaart is, of dat het zeiljacht is verdwenen. Misschien dat een van onze lezers hier meer van kan vertellen?</p>
<p style="text-align: center;" align="center"><img class="aligncenter" src="http://farm7.staticflickr.com/6031/6405024507_301e488b4d.jpg" alt="" width="450" height="329" /></p>
<p style="text-align: center;" align="center"><em>De &#8220;Hebe&#8221; zeilend in de Egeïsche Zee, zomer 1969.  Foto uit &#8220;Adventures of Hebe&#8221;</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/hebe-motorzeiljacht-1957/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>“Propontis”, nooit als jacht gevaren&#8230;  1939 &#8211; 1942</title>
		<link>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/%e2%80%9cpropontis%e2%80%9d-nooit-als-jacht-gevaren-1939-1942/</link>
		<comments>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/%e2%80%9cpropontis%e2%80%9d-nooit-als-jacht-gevaren-1939-1942/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 04 Nov 2011 09:00:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huib de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Motorjachten]]></category>
		<category><![CDATA[Speciaal vaartuigen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/?p=2278</guid>
		<description><![CDATA[Kieken IV Tussen 1937 en 1939 was dit het vierde stalen jacht dat voor rekening van Nic. Kieken uit Warmond werd gebouwd. Met een lengte van ruim 28 meter, een breedte van 5.35 en een diepgang van 2.35 meter zou het opnieuw een imposant motorjacht worden. De Griekse opdrachtgever woonde in Engeland en men rekende [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div><strong>Kieken IV</strong><br />
Tussen 1937 en 1939 was dit het vierde stalen jacht dat voor rekening van Nic. Kieken uit Warmond werd gebouwd. Met een lengte van ruim 28 meter, een breedte van 5.35 en een diepgang van 2.35 meter zou het opnieuw een imposant motorjacht worden. De Griekse opdrachtgever woonde in Engeland en men rekende er op dat het jacht, dat later de naam “Propontis” kreeg, omstreeks december 1939 zou worden afgeleverd, Maar dat liep allemaal heel anders.</div>
<div style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6096/6310082686_2bb9a7a9b3.jpg" alt="" width="450" height="220" /></div>
<div style="text-align: center;"><em>Algemeen plan nummer 391, naar het ontwerp van W. Schram voor Nic. Kieken<span id="more-2278"></span></em></div>
<div><strong>Bouwgeschiedenis<br />
</strong>In de werkweek van 12 tot 19 mei 1939 werd in Aalsmeer met de bouw begonnen. De technische ontwerper was ook nu weer Wouter Schram die regelmatig op “De Vlijt” te vinden was. Kieken leverde ook de motoren: twee Kermath diesels, type 6-707, elk 160 pk. De dekken werden van teakhout en er zouden 3 badkuipen, 5 wc’s en centrale verwarming worden ingebouwd.</div>
<div style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6117/6309562141_bf22ac1e28_m.jpg" alt="" width="240" height="213" /></div>
<div style="text-align: center;"><em>Schets afkomstig van Kieken waarin de plaats van de wc en het bad in de eigenaarsvertrekken wordt verduidelijkt</em></div>
<div style="text-align: left;"><em> </em></p>
<div><strong> Mobilisatie </strong></div>
<p><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6036/6311640503_0fd30c149e_z.jpg" alt="" width="429" height="612" /></p>
<p><em>Ontwerper Wouter Schram tijdens de mobilisatie van 1939 -1940</em></p>
</div>
<p>Kort na het begin van de bouw werd eind augustus 1939 in Nederland de algehele mobilisatie afgekondigd. Zowel Kieken als Schram moesten zich bij hun militaire onderdelen melden waardoor de voortgang van de bouw natuurlijk erg vertraagd werd. Bovendien werd het contact met de opdrachtgever erg moeilijk. Kieken gaf daarom in september 1939 de opdracht om voorlopig met het werk te stoppen. Toch werd in het voorjaar van 1940 de bouw weer voortgezet. Zo kreeg bijvoorbeeld nog op 1 mei 1940 de “Steven- en Roersmederij J.G. Benes” in Hoogezand de opdracht om 4 davits te leveren.</p>
<div style="text-align: center;"><img class="alignnone" src="http://farm7.static.flickr.com/6111/6309563131_8ae8ac6d3b.jpg" alt="" width="406" height="450" /><br />
<em> Ik kan U aanbieden 4 stuks davits, geheel compleet met gaffels en draadblokjes voor ƒ 300,- franco werf</em></div>
<div style="text-align: left;"><strong>Oorlog</strong><br />
Op 10 mei 1940 werd Nederland daadwerkelijk bij de Tweede Wereldoorlog betrokken. Opnieuw werd het werk aan de “Propontis” stilgelegd, Kieken en Schram waren weer opgeroepen en contact met de eigenaar leek nu voorgoed verbroken. Toch schreef Kieken nog diezelfde maand naar de werf dat hij geen reden zag om niet met de bouw van het jacht verder te gaan. <em>“De eigenaar is een Griek en dat is een neutraal land”, </em>zo liet hij weten…  Maar langzamerhand werd duidelijker dat er voorlopig geen oplevering zou plaatsvinden. Pas anderhalf jaar na het begin van de bouw, op donderdag 26 september 1940, werd het jacht te water gelaten. Niemand wist wat er nu verder moest gebeuren. Voorlopig werd besloten om het schip bovendeks waterdicht te maken en het een ligplaats naast de scheepswerf te geven.</div>
<div style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6221/6310083332_aa11639bf2.jpg" alt="" width="379" height="500" /></div>
<div style="text-align: center;"><em>Steeds opnieuw moest de casco-polis van 1939 worden verlengd, in het archief zijn nog vijf van deze polissen terug te vinden</em></div>
<div style="text-align: left;"><strong>Gevorderd</strong><br />
Zo verstreek weer een lange periode totdat in mei 1942 duidelijk werd gemaakt dat de Duitse Kriegsmarine het half afgebouwde jacht had gevorderd. Het stalen schip moest worden omgebouwd tot een marinevaartuig en met dat werk moest direct begonnen worden. Op 17 juni 1942 kreeg de werf bezoek van een Duitse afgevaardigde die in grote woede ontstak toen hij merkte dat er nog niets aan het schip was gedaan. Zo werd onder zware druk en met tegenzin van zowel Kieken als De Vries het fraaie jacht omgebouwd tot een soort ‘oorlogsschip’. Veel werd er niet gedaan en na een proeftocht in september van dat jaar verdween de “Propontis” van de werf met onbekende bestemming.</div>
<div style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6033/6309562787_44575353f5.jpg" alt="" width="450" height="276" /></div>
<div style="text-align: center;"><em>September 1942, de &#8220;Propontis&#8221; vertrekt met onbekende bestemming</em></div>
<div style="text-align: center;"><strong>Slot</strong><br />
In december 1945 kwam het motorjacht nog één keer in de bewaarde correspondentie naar voren, als Kieken en De Vries samen met een kapitein-luitenant van de Koninklijke Marine de gang van zaken nog eens bespreken.<br />
Het is niet bekend wat er met de “Propontis” gebeurde, duidelijk is wel dat ze nooit ergens als motorjacht is opgedoken.</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/%e2%80%9cpropontis%e2%80%9d-nooit-als-jacht-gevaren-1939-1942/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Aluminium Pontonniersboten,  1947 &#8211; 1950</title>
		<link>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/pontonniersboten-1947/</link>
		<comments>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/pontonniersboten-1947/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 15 Oct 2011 10:57:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huib de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Speciaal vaartuigen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/?p=159</guid>
		<description><![CDATA[Korps Pontonniers Embleem van het Korps Pontonniers in Dordrecht op een briefhoofd uit november 1949 In de jaren kort na de Tweede Wereldoorlog, werden er tussen 1947 en 1950 bijna veertig boten voor de ‘Dienst Bruggen en Vaartuigen’ van het korps Pontonniers in Dordrecht gebouwd. Het waren teakhouten vletten, ijzeren roeiboten, dekschuiten én twee series van zes [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Korps Pontonniers </strong></p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6110/6249223677_deccbff45a_o.jpg" alt="" width="334" height="346" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>Embleem van het Korps Pontonniers in Dordrecht op een briefhoofd uit november 1949</em></p>
<p>In de jaren kort na de Tweede Wereldoorlog, werden er tussen 1947 en 1950 bijna veertig boten voor de ‘Dienst Bruggen en Vaartuigen’ van het korps Pontonniers in Dordrecht gebouwd.</p>
<p><span id="more-159"></span>Het waren teakhouten vletten, ijzeren roeiboten, dekschuiten én twee series van zes aluminium tunnelschroefboten. Het ontwerp van deze 12 boten was van de hand van H.W. de Voogt, het werfbouwnummer was 485.</p>
<p><strong>Bijzonderheden:<br />
</strong>Er waren al contacten met het korps Pontonniers sinds de mobilisatieperiode in 1939. De toenmalige luitenant der Genie J.B. (Bart) Plasschaert die in 1939<br />
contact met de scheepswerf had, komen we in 1949 weer tegen als kapitein en hoofd van de Sectie Genie en Binnenvaart bij de Dienst Kwartiermeester Generaal, directoraat Verkeerswezen, Violenweg 10-12, Den Haag.</p>
<p><strong>Contract 23 december 1946<br />
</strong>In het werfarchief ligt nog het contract van die datum dat tussen de commandant van de Pontonniers in Dordrecht en de werf werd opgemaakt.<br />
In deze overeenkomst tussen overste G. van der Mark en de gebroeders  De Vries wordt overeengekomen dat er een serie van 12 stalen motorboten zal<br />
worden gebouwd. Een jaar later, op 30 december 1947 wordt een wijziging in het oorspronkelijke contract vastgelegd. De 12 boten zullen niet van staal, maar van aluminium worden gebouwd. Het duurde echter nog even voordat de zaak rond was. Pas op 12 maart 1948 kon kapitein Plasschaert meedelen dat het ‘Rijksbureau Metalen’ hiervoor  toestemming had gegeven.  Opvallend aan het ontwerp van De Voogt was dat de boten werden gebouwd met een zogenaamde ‘tunnel’, waarin zich de schroef bevond.</p>
<div class="wp-caption aligncenter" style="width: 469px"><img src="http://farm3.static.flickr.com/2790/4488803733_9bc2cca33a.jpg" alt="" width="459" height="281" /><p class="wp-caption-text">De gestippelde lijn toont de vorm van de tunnel</p></div>
<p style="text-align: center;"><em>Detail van het achterschip, de dikke stippellijn geeft de bovenzijde van de tunnel aan</em></p>
<p style="text-align: left;">De afmetingen waren 6.30 x 5.87 x 1.70 x 0.34 meter en het aluminium was gedeeltelijk 2 mm en gedeeltelijk 3 mm dik. De motor was een 90 pk Scripps Mercury V8 benzinemotor. De aluminium platen werden geleverd via de “Nederlandsche Aluminium Maatschappij” te Utrecht. Alles werd in die tijd nog geklonken. In juni 1948 werd met bouw van de eerste motorboten begonnen en aan het einde van dat jaar konden de eerste proefvaren.</p>
<p style="text-align: left;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6236/6249750828_c5f1e9e373.jpg" alt="" width="450" height="315" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>Seriebouw op &#8220;De Vlijt&#8221;, de drie boten op de voorgrond zijn nog niet geklonken</em></p>
<p><strong>Enkele bouwkosten per boot<br />
</strong>De bouwkosten werden per boot uitgerekend, hier volgen enkele bedragen: aluminium plaat en profiel ƒ 2083.  Aluminium klinknagels ƒ 161, aluminium tank ƒ 135. De loonkosten van de aanbouw met aluminium platen en het klinken bedroegen ƒ 2004. De Scripps-Mercury motor kostte ƒ 3574, de bronzen schroef ƒ 138, de leguaan ƒ 65.  Het aanbouwen van de eerste boot kostte de aluminiumwerkers 977 uur, de timmerlieden gebruikten 102 uur. Uiteindelijk blijkt dat per boot iets meer dan ƒ 580,00 winst werd geboekt.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm3.static.flickr.com/2715/4488803421_c1196b35e9.jpg" alt="" width="410" height="234" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>Monteur Dirk Waayman maakt een proefvaart, ca 1948</em></p>
<p style="text-align: left;"><strong>Aflevering<br />
</strong>Op 24 november 1949 waren er acht boten afgeleverd. Een fotograaf van de fotozaak van M.L. de Boer uit Aalsmeer legde bij die gelegenheid achter de werf, op het poeltje, het merkwaardige flottielje bestaande uit 7 aluminium boten vast. Hieruit valt op te maken dat na de eerste serie van 6, direct  met de bouw van de tweede serie werd begonnen.</p>
<p style="text-align: left;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6217/6249729728_d3627fdcf5.jpg" alt="" width="450" height="339" /></p>
<p style="text-align: left;"><em>Een vloot van zeven pontonniersboten&#8230;</em></p>
<p style="text-align: left;">Rechts op de achtergrond staan de oorspronkelijke loodsen van scheepswerf “De Vlijt” zoals deze er tot aan de eerste verbouwing van omstreeks 1953 hebben uitgezien. Links op de achtergrond bevinden zich de kwekerijen die aan de Oosteinderweg gelegen waren. De bloemenkassen werden in die jaren óf door kolenkachels, óf centraal verwarmd. De met kolen gestookte ketels stonden in ketelhuizen met daarbovenop een hoge, gemetselde schoorsteen. Op de foto zijn boven de kassen een paar van deze schoorstenen zichtbaar. Op de voorgrond de boten die naar de Ringvaart van de  Haarlemmermeer varen. De eerste boot wordt bestuurd door ‘baas’ Joh. de Vries,  de tweede door ‘baas’ Henk de Vries. De rest werd door verschillende personeelsleden bestuurd. De officiële naam van het poeltje tussen de werf en de  Ringvaart is ‘Mettenhoekse poeltje’.</p>
<p><strong>Schroefassteunen<br />
</strong>Sergeant-majoor P. van Ballegoyen nam op 21 juli 1950 de  twee laatste aluminium motorboten, aangeduid als nummer 10 en 12 in ontvangst.<br />
Waarschijnlijk gebeurde hierbij een ongelukje want een dag later, op zaterdag  22 juli 1950, kreeg men op de werf een telefoontje van kapitein Klaver van de<br />
Pontonniers. Hij meldde dat tijdens het varen een stuk hout in de tunnel was  gekomen waardoor de assteun brak en de schroefbladen werden verbogen. Een  constructiefout? Nee, het bleek een fout van een van de schippers te zijn die  het stuk hout niet had gezien. Toch klopte er iets niet met de schroefassteunen, want  enkele dagen later kwam er bericht van luitenant Heyblom die meldde dat er  inmiddels al vijf van deze steunen waren gebroken. Na een kort onderzoek bleek  dat een gieterij ondeugdelijke steunen had afgeleverd. Architect De Voogt  adviseerde daarna om ze van smeedijzer te laten maken.</p>
<p><strong>Slot<br />
</strong>Van bouwnummer 493, een serie van 6 stalen Pontonniers sleepboten, (zie  het hoofdstukje hierover elders op deze website) werd de laatste omstreeks januari  1951 opgeleverd. Ook deze boten waren ontworpen door H.W. de Voogt. Deze schepen waren uitgerust met een Kermath Sea Mate benzinemotor van 150 pk.  Met het gereedkomen van deze serie, was de opdracht van de  Pontonniers voltooid.</p>
<p><strong>IJlst 2011<br />
</strong>Begin oktober 2011 maakte ik een tochtje met een van de  overgebleven aluminium boten die ooit als bouwnummer 485 waren afgeleverd. Bart<br />
Faber had de boot prachtig gerestaureerd en ruim 60 jaar na de tewaterlating kon ik weer eens mee varen op een van de ‘pontonniersboten’ die op scheepswerf  “De Vlijt” in Aalsmeer waren gemaakt. Uniek!</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6173/6249290591_6b11db7ba2.jpg" alt="" width="450" height="294" /></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em> </em></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><em> </em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/pontonniersboten-1947/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zes Sleepboten voor de Pontonniers,  1948 &#8211; 1951</title>
		<link>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/zes-sleepboten-voor-de-pontonniers-1948-1951/</link>
		<comments>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/zes-sleepboten-voor-de-pontonniers-1948-1951/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 10 Oct 2011 07:59:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huib de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Speciaal vaartuigen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/?p=2213</guid>
		<description><![CDATA[Bouwgegevens Plantekening H.W. de Voogt, 23 december 1947 Onder bouwnummer 493 werden tussen 1948 en 1950 zes stalen sleepbootjes voor het Korps Pontonniers gebouwd. Deze boten waren bestemd om bruggen en onderdelen te vervoeren. H.W. de Voogt uit Haarlem maakte het ontwerp (tekening 1268) en de toezichthouder namens de opdrachtgever was het waarnemend Hoofd Sectie [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: left;"><strong>Bouwgegevens</strong><br />
<img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6221/6225954919_025fe09cec.jpg" alt="" width="450" height="292" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>Plantekening H.W. de Voogt, 23 december 1947</em></p>
<p>Onder bouwnummer 493 werden tussen 1948 en 1950 zes stalen sleepbootjes voor het Korps Pontonniers gebouwd. Deze boten waren bestemd om<br />
bruggen en onderdelen te vervoeren. <span id="more-2213"></span>H.W. de Voogt uit Haarlem maakte het ontwerp (tekening 1268) en de toezichthouder namens de opdrachtgever was het waarnemend Hoofd Sectie Genie en Binnenscheepvaart, Kapitein der Genie J.B. Plasschaert te Den Haag.  Hij was een van de weinige militairen die voor zijn dapper optreden in Dordrecht tijdens de meidagen van 1940 was benoemd tot Ridder in de Militaire  Willemsorde.</p>
<p><strong>Technische gegevens<br />
</strong>De lengte over alles was 8 meter, in de waterlijn 7.65 m. De  breedte 2.20 m en de diepgang 0.90 meter. De motor was een Kermath benzinemotor<br />
<em>Sea Mate </em>WXLBM69 van 154 pk. Tijdens het transport vanuit Amerika naar  Nederland in april 1949 werden een aantal Kermath motoren zwaar beschadigd. Dit  veroorzaakte veel vertraging in de aflevering van de sleepboten.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6047/6225961363_4a9989182f.jpg" alt="" width="378" height="500" /></p>
<p>De scheepsschroef  was  een Lips drieblads bronzen scheepsschroef 34”x 28”. De boten waren voorzien van een elektrische schijnwerper,  claxon, twee boord- en drie vaarlichten. Zeilmaker C. Hali leverde de kabelaringen en zeildoeken kapjes voor alle boten.  De prijs voor deze zes sleepboten was ƒ 129 200,00.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6095/6225954211_bb82787b42.jpg" alt="" width="450" height="191" /></p>
<p><strong>&#8216;Proefboot&#8217;<br />
</strong>Het officiële bouwcontract tussen Commandant Dienst Algemene  Uitrusting, afdeling Brugmateriaal en Vaartuigen te Dordrecht, de luitenant-<br />
kolonel G. van der Mark en de gebroeders De Vries van &#8220;De Vlijt&#8221; werd in maart 1948  ondertekend. Met de bouw van de eerste sleepboot werd begonnen in de  werkweek van 6 tot 12 november 1948. Deze boot diende tevens als ‘proefboot’. Tijdens de bouw  werd besloten om de boten uit te rusten met <em>‘kortstraalbuis’</em>. Hierdoor werd de  trekkracht vergroot en bovendien werd hierdoor de schroef beter beschermd. Met  deze proefboot werd verschillende keren proefgevaren, de eerste keer in juli  1949, achter de scheepswerf.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6050/6229443643_fd42831192_z.jpg" alt="" width="421" height="240" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>De eerste sleepboot tijdens een van de proefvaarten in de winter van 1949 &#8211; 1950</em></p>
<p>Daarna werd dit zowel in oktober als november herhaald. Meestal fungeerde  Jo van Laar als schipper, bijgestaan door monteur Dirk Waaijman.<br />
Op 24 februari 1950 vertrok de eerste boot naar de pontonnierhaven  in Dordrecht.</p>
<p>In de loop van 1950 werden de overige vijf sleepboten  afgeleverd. De aflevering van de zesde boot was gepland op 11 december 1950, maar door de plotseling ingevallen vorst kon deze boot niet naar Dordrecht worden verscheept. Op de werf vreesde men dat hierdoor de betaling van de<br />
laatste termijn in gevaar zou komen, maar dat bleek mee te vallen.</p>
<p><strong>Bijzonderheden<br />
</strong>Defensie heeft tussen 1949 en 1953 ruim 40 van dit soort  scheepjes laten bouwen, zij kregen als naam de letters RV (Rijks Vaartuig) en  een nummer. De eerste zes die op “De Vlijt” werden gebouwd, kregen de  aanduiding <strong>RV 220 </strong>t/m <strong>RV 225</strong>. Later werden er veel op de scheepswerf van  Akerboom in Oegstgeest gebouwd. Bij alle boten werden omstreeks 1960 de  Kermath-motoren vervangen door een Deutz van 100 pk.<br />
In 1989 heeft de Marine de  hele serie verkocht.</p>
<p>Misschien varen er nog enkele van deze oude sleepbootjes als  motorjachtje rond?</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6157/6226476036_16c49d4226.jpg" alt="" width="446" height="450" /></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/zes-sleepboten-voor-de-pontonniers-1948-1951/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Motorwerkboot voor het Loodswezen,  1950</title>
		<link>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/motorwerkboot-voor-het-loodswezen-1950/</link>
		<comments>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/motorwerkboot-voor-het-loodswezen-1950/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 18 Sep 2011 12:45:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huib de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Speciaal vaartuigen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/?p=2162</guid>
		<description><![CDATA[Inschrijving In de herfst van 1949 werd een inschrijving geopend voor het bouwen van een open, stalen motorwerkboot van 8.20 meter lengte voor het Loodswezen. De breedte was 2.50 m en de diepgang was maar 45 cm, dit in verband met de ondiepte van de Waddenzee. Bouwtekening De boot zou gebruikt worden om ‘steekbakens’ op [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Inschrijving</strong><br />
In de herfst van 1949 werd een inschrijving geopend voor het bouwen van een open, stalen motorwerkboot van 8.20 meter lengte voor het Loodswezen. De breedte was 2.50 m en de diepgang was maar 45 cm, dit in verband met de ondiepte van de Waddenzee.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6089/6100494702_0e4d354834.jpg" alt="" width="450" height="258" /><em>Bouwtekening<span id="more-2162"></span></em></p>
<p>De boot zou gebruikt worden om ‘steekbakens’ op de Waddenzee te plaatsen vanuit de haven van Zoutkamp. Begin december kregen de gebroeders De Vries van “De Vlijt” het bericht dat zij de boot mochten bouwen. De werkboot zou als bijboot bij een groter betonningsvaartuig dienst gaan doen op de Lauwers- en Waddenzee.</p>
<p><strong>Opdrachtgevers</strong><br />
Dat is niet eens zo makkelijk meer vast te stellen. Volgens het bouwcontract van 19 december 1949 was het de Staat der Nederlanden, die in deze zaak werd vertegenwoordigd door de Minister van Oorlog en Marine. Dat was in die periode W.F. Schokking, namens hem kwam daarna de Directeur-Generaal van het Loodswezen als verantwoordelijke in beeld.</p>
<p><strong>Bouwgeschiedenis</strong><br />
In de laatste week van december 1949 werd in Aalsmeer met de bouw begonnen. De bouwprijs zou ƒ 13.550 mogen bedragen, maar de werf kon de boot goedkoper bouwen zodat er een redelijke winst overbleef. In juli 1950 vond de proefvaart plaats en op 22 juli werd de motorwerkboot overgedragen aan de regionale directeur van het Loodswezen gevestigd in Harlingen, Jhr. A. van Foreest.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6199/6102052589_1b4706428d.jpg" alt="" width="450" height="315" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>&#8216;Ik verzoek U de voor het Loodswezen te Zoutkamp gebouwde motorschouw aan de brenger van dit briefje mede te geven.&#8217;</em></p>
<p><strong>Bijzonderheden</strong><br />
Alle platen, schotten, spanten en  wrangen werden voor de bouw per schip naar de verzinkerij van Johan Vis in Amsterdam gebracht om een ‘volbad’ bewerking te ondergaan. Dit kostte ƒ 24 per 100 kg.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6077/6102600940_65a42ff077.jpg" alt="" width="375" height="500" /></p>
<p style="text-align: left;">In de zijkanten en in de voorpiek kwamen  in totaal 11 luchttanks. De motor was een Turner Diesel, type 2V95, van 15 pk. Kort voor de afbouw, in juni 1950, werd besloten dat de uitlaat rechtstandig moest worden geplaatst. Maar als voorwaarde werd toegevoegd dat  “<em>deze uitlaat moet zoo hoog zijn dat een man die hoog aan een baken moet werken, geen last van de rook heeft. Bovendien afneembaar of met een knik omklapbaar”.</em></p>
<p style="text-align: left;"><em><em> </em></em><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6232/6219754036_e6ff4dac32.jpg" alt="" width="450" height="313" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>Proefvaart, zomer 1950,  Joh. de Vries (links) en zijn zoon G.C. Gerard de Vries. De rechtopstaande uitlaat is links van Joh. de Vries zichtbaar</em></p>
<p>Om de dieselmotor werd een wegneembare teakhouten kast geplaatst. Rondom het schip kwam een essenhouten berghout, met uitzondering van de achterspiegel. Op de voorspiegel kwam over het berghout een leguaan. Verder moesten op de boot vier wegneembare bakenhouders geplaatst worden.  Op de bouwtekening is hier een detail van opgenomen met als bijschrift: bakens zijn jonge bomen met als maximale afmetingen: lengte ongeveer 7 meter en diameter ongeveer 8 cm. Na 1964 kreeg de werkboot het naamsein <strong>A 915</strong>.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6084/6099948775_15bef9646e.jpg" alt="" width="450" height="272" /></p>
<p><strong>Leeuwarder Courant, 3 juli 1954</strong><br />
&#8220;Het  Loodswezen  in  Harlingen  heeft de  zorg  over  de  betonning  in  het eerste  en  tweede  district  En  dat  is heel wat  als  men  weet  dat er  hier alleen al 15 kogeltonnen, 1 belboei, 80 spitse rode  tonnen, 76 stompe zwarte tonnen, 175 rode  drijfbakens, 185  zwarte  drijfbakens, 1000 steekbakens, 26  lichtboeien (waarvan  twee  lichtbrulboeien) zijn. Met  de  verzorging hiervan zijn niet minder  dan  vier  betonningsvaartuigen belast, twee  in  Harlingen, één in Zoutkamp en één op Terschelling. Deze  betonninigsvaartuigen hebben ook de  zorg  over  de  onbewaakte lichten, zoals bijvoorbeeld  de  twee lichtopstanden op  de  Engelsmanplaat.&#8221;</p>
<p><strong>Slot<br />
</strong>De Lauwerszee werd in mei 1969 door een dijk van de Waddenzee afgesloten, dit had voor de oude vissershaven van Zoutkamp grote gevolgen. De vissersboten maakten plaats voor de jachten van de watersporters. Omstreeks 1976 verhuisde de stalen werkboot naar Lauwersoog. De historische Rijksbetonningsloods werd in 1994 omgebouwd tot Visserijmuseum. De motorwerkboot werd in 1983 door de Domeinen voor ƒ 3960 aan een particulier verkocht, de (bij)naam van de boot bleek toen <em>&#8220;Prikje&#8221;</em> te zijn.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/motorwerkboot-voor-het-loodswezen-1950/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Circus II&#8221; 1983</title>
		<link>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/circus-ii-1983/</link>
		<comments>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/circus-ii-1983/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 14 Aug 2011 18:18:37 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huib de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Motorjachten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/?p=2126</guid>
		<description><![CDATA[1983   Circus Circus! In de zomer van van 1983 werd onderstaande foto van de scheepsbouwers van De Vries gemaakt. Vergeleken met een foto van het personeel uit 1931 blijkt duidelijk dat er wel wat is veranderd. Vrouwen hebben inmiddels  hun plek op de scheepswerf veroverd en ook het aantal medewerkers is flink toegenomen. De Amerikaanse [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>1983   Circus Circus!</strong><br />
In de zomer van van 1983 werd onderstaande foto van de scheepsbouwers van De Vries gemaakt. Vergeleken met een foto van het personeel uit 1931 blijkt duidelijk dat er wel wat is veranderd. Vrouwen hebben inmiddels  hun plek op de scheepswerf veroverd en ook het aantal medewerkers is flink toegenomen. De Amerikaanse eigenaren van dit stalen motorjacht, ontworpen door De Voogt, vonden het een leuk idee om iedereen te hullen in een t-shirt met de kleuren van hun onderneming die hotels en casino&#8217;s exploiteerde. De naam &#8220;Circus Circus&#8221; was en is nog steeds een begrip in de vermaaksindustrie in onder andere Las Vegas.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm6.static.flickr.com/5173/5495250280_de01398a86.jpg" alt="" width="450" height="303" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>Op de voorgrond ligt de oude, ijzeren roeiboot van de werf . &#8216;De Vlijt&#8221; heet de boot, als herinnering aan de jaren dat De Vries Scheepsbouw nog deze naam droeg.<span id="more-2126"></span></em></p>
<p><strong>Bouw</strong><br />
De &#8216;Circus II&#8217; had een lengte van 42.35 meter, was ruim 8 meter breed en de diepgang was 2.41 meter. De romp was van staal, de opbouw van aluminium. De twee Caterpillar diesels leverden elk 650 pk. Het interieur was ontworpen door Susan Peluo. Het motorjacht werd niet alleen voor pleziervaart gebruikt, regelmatig werden op het schip zakelijke bijeenkomsten georganiseerd.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm6.static.flickr.com/5219/5495250588_a56cd59537.jpg" alt="" width="450" height="339" /></p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6198/6041480665_2c4d2d9702.jpg" alt="" width="450" height="356" /><br />
<em>Interieur van &#8220;Circus II&#8221; ontworpen door Susan Peluo</em></p>
<p style="text-align: left;"><strong>Tewaterlating<br />
</strong>Bij de tewaterlating is het een oude gewoonte dat de scheepswerf de opdrachtgever of degene die de doop verricht een geschenk aanbiedt. Dat was ook bij de &#8216;Circus II&#8217;  het geval, maar omgekeerd kregen de scheepsbouwers ook van de eigenaar een cadeautje. Dat was een prachtig model van een carrousel, het symbool van het bedrijf uit Las Vegas.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6146/6041767786_fb1b055152.jpg" alt="" width="450" height="347" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>Frits de Voogt, directeur van nautisch ontwerpbureau H.W. de Voogt &amp; Zoon, bekijkt zijn carrousel</em></p>
<p style="text-align: center;"><em><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6080/6074190308_7368fa8d08.jpg" alt="" width="450" height="391" /></em></p>
<p style="text-align: center;"><em>Detailfoto van de carrousel van H.S. Bieb de Vries, augustus 2011</em></p>
<p><strong>Proefvaart<br />
</strong>In de nazomer van 1983 maakte de &#8220;Circus II&#8221; haar proefvaarten op de Noordzee. De foto hieronder werd tijdens een van deze tochten gemaakt door Cees van der Meulen.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6061/6041838696_144fb320eb.jpg" alt="" width="450" height="309" /></p>
<p style="text-align: left;"><strong>Slot</strong><br />
Het jacht kreeg later verschillende eigenaars waardoor de naam nogal eens veranderde, eerst in &#8216;Limitless&#8217;, later &#8216;Masquerade&#8217; en na de refit van 2008 werd de tegenwoordige naam &#8216;Masquerade of Sole&#8217;.</p>
<p><img src="http://farm6.static.flickr.com/5097/5494658363_0d0caf63c1.jpg" alt="" width="450" height="343" /></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/circus-ii-1983/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Spantloze pontons, 1940</title>
		<link>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/spantloze-pontons-1940/</link>
		<comments>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/spantloze-pontons-1940/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 27 Jul 2011 14:59:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huib de Vries</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bijzondere verhalen]]></category>
		<category><![CDATA[Speciaal vaartuigen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/?p=2053</guid>
		<description><![CDATA[Inleiding Gedurende de jaren 1938 en 1939 nam in Europa de oorlogsdreiging steeds meer toe. Veel regeringen, ook de Nederlandse, namen het besluit om zich beter op een oorlog voor te bereiden. Vooral de kleine jachtwerven werden door de Genie, of de Pontonniers ingeschakeld om sloepen, vletten en pontons te bouwen. Zo ook op “De [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Inleiding</strong><br />
Gedurende de jaren 1938 en 1939 nam in Europa de oorlogsdreiging steeds meer toe. Veel regeringen, ook de Nederlandse, namen het besluit om zich beter op een oorlog voor te bereiden. Vooral de kleine jachtwerven werden door de Genie, of de Pontonniers ingeschakeld om sloepen, vletten en pontons te bouwen. Zo ook op “De Vlijt” waar gedurende 1939 en 1940 twintig vletten, zes stalen motorsleepboten en tenslotte honderd &#8216;spantloze&#8217; pontons werden gebouwd.<span id="more-2053"></span></p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6143/5949975006_0612d5cf05_z.jpg" alt="" width="453" height="576" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>Correspondentie 1939, 1940 over de spantloze pontons met Koopman &amp; Co, Kjellström en Bruynzeel&#8217;s Schaverij</em></p>
<p><strong>Spantloze Pontons</strong></p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6142/5949673081_14d070a771.jpg" alt="" width="450" height="313" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>Originele tekening van de Spantloze ponton, gedateerd  25 april 1938, <em>Stockholm</em></em></p>
<p style="text-align: left;">Het Departement van Defensie, afdeling depot Genietroepen te Rotterdam, gaf via het verkoopkantoor van de firma Koopman &amp; Co te Amsterdam op 29 december 1939 opdracht voor het bouwen van 100 houten, spantloze pontons.<br />
Het ontwerp was van het Zweedse bedrijf A-B, Bröderna Kjelström volgens de tekening ‘Arméponton, model 185’.</p>
<p><strong>Maten</strong><br />
Lengte 4.50 meter, breedte 1.70 m en hoogte 0.60 m. De dikte van de pitch pine wand (de gangen) was ongeveer 14 mm, leeg gewicht 130 kg. Elke ponton kreeg 4 zitbankjes, 3 roeiriemen, 12 dolhouders, handvaten  en 4 sleeptouwringen. De draden en strippen waren van roestvrij staal. De prijs per ponton was ƒ242.50</p>
<p><strong>Materialen</strong><br />
De wanddelen waren van Zweeds of Noors grenenhout, ook de benamingen ‘pijnhout’ en ‘pitchpine’ werden gebruikt. De kopwanden waren van eikenhout. De roestvrije draden hadden een diameter van 3 mm. Voor aflevering moesten de pontons achtereenvolgens geolied, geplamuurd, gegrondverfd en twee maal afgeschilderd worden in een groene kleur.<br />
N.V. Bruynzeel’s Schaverij in Zaandam leverde de huidgangen, kielen, spiegels, banken, sleeplatten en wrangen. Ze werden in model gezaagd en geschaafd voor de prijs van ƒ 87 per ponton.<br />
De kielen hadden twee sponningen uit één stuk en werden op de scheepswerf met stoom in de vorm gezet.</p>
<p><strong>Bouwwijze</strong><br />
Oud-timmerman Henk de Wit (1920), beschreef bijna 50 jaar jaar later hoe deze pontons op scheepswerf “De Vlijt” werden gebouwd. “Een vernuftig systeem”,  schreef hij als inleiding. Hier volgt een samenvatting: ‘Gangetjes 55&#8211;85&#8211;55 van 15 mm Pitchpine.  De grenen kielplank was voorzien van een sponning, voor en achter kwam een spiegel van eikenhout. De pontons werden gebouwd op een zware vurenbalk, voorzien van balkjes voor de ronding, waarop de kielplank werd vast gezet.<br />
Door de 18 gangetjes en kielplank werden op zijn kant gaatjes geboord. Volgens een vaste mal werden door de timmerlieden spiegels en honderden gangetjes gemaakt.<br />
Op de kielplank werden drie mallen geplaatst, na voltooiing van de romp werden deze mallen weer weggehaald.<br />
Door de kielplank werden roestvrij stalen staaldraden geschoven, aan de uiteinden zat schroefdraad.</p>
<p>De gangetjes werden naar onder met de staaldraadjes naar de kielplank aangeregen, aan de bovenkant kwam een ringetje waarop later een moertje werd geplaatst. Bij de montage van de gangen werden er roestvrij stalen ‘dichtingsstrippen’  tussen geperst. De strip werd op de draad gelegd en voor de helft in de gang geslagen. De andere helft werd daarna in de bovenste gang geperst.  De staaldraden zaten op ongeveer 20 cm afstand van elkaar. Door verjonging van de gangetjes, bleven de rompjes prachtig in model.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6001/5949418031_58c7e01d1a_z.jpg" alt="" width="461" height="452" /><em>A. Schroef   B. Schroefdraad  C. Draad </em><br />
<em>D. Dichtingsstrip, (roestvrij staal 04 x 8 mm ) E. Plank of Deel</em></p>
<p>De bovenste gang was breder, omdat hierin de staaldraden met moertjes werden vast gesnoerd. De moer werd verzonken aangebracht. Als dit was gebeurd, werd hierop een eikenhouten potdekseltje met een dikte van25 mm gemonteerd, daarna was het rompje klaar. Het potdekseltje diende tevens als stootrand.<br />
De schuinte van de spiegeltjes was zodanig, dat er wel tien pontons in elkaar pasten.’  Tot zover de herinneringen van Henk de Wit uit 1998.</p>
<p style="text-align: center;"><img class="aligncenter" src="http://farm7.static.flickr.com/6004/5949417895_d92777dc80.jpg" alt="" width="450" height="437" /></p>
<p style="text-align: center;"><em>Doorsnede, gezien van achteren af, tekening 1940</em></p>
<p><strong>Voor en tijdens de bouw</strong><br />
De Zweedse fabriek stuurde een ongeschilderde ponton naar Nederland zodat de verschillende mallen op de juiste maat gemaakt konden worden. In de werkweek van 20 tot 26 januari 1940 werd door timmerman Jo Verhoef begonnen met het werk aan bouwnummer 390, honderd spantloze pontons. Als er 6 mallen werden gebruikt dan konden 20 timmerlieden ongeveer 2 tot 3 pontons per dag in elkaar zetten. Dit was niet op scheepswerf ‘De Vlijt’ het geval. Gemiddeld werkten er per week ongeveer zes timmerlieden aan het in elkaar zetten van de spantloze pontons. Toen op 10 mei 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was op de werf het materiaal voor 50 pontons aanwezig, maar waren er nog maar weinig afgebouwd. Op 20 mei 1940 ontving men via de firma Koopman het bericht dat schout bij nacht A.C.M. Doorman, een jongere broer van Karel Doorman, hoofd van de afdeling 4A van het Departement van Defensie, had medegedeeld dat alle werkzaamheden moesten worden stopgezet.</p>
<p>Korte tijd later vorderde het Duitse militaire gezag de pontons en werd opdracht gegeven dat het werk voltooid moest worden. Daarna werden in de loop van 1941 eerst 43 en later 57 pontons per trein  naar Duitsland afgevoerd. Alle pontons kwamen uiteindelijk terecht in de plaats Dessau-Rosslau waar een Pontonniersschool was gevestigd. Of de bootjes ooit daadwerkelijk zijn gebruikt, is niet bekend.</p>
<p><strong>Slot<br />
</strong>Helaas is er tot nu toen geen foto bekend waarop een spantloze ponton is te zien. Misschien kan een van de lezers van deze website ons daarbij helpen. De bouw van deze pontons heb ik uitgebreider dan anders beschreven. De reden is dat mij geen andere publicaties over dit soort bootjes uit 1939 &#8211; 1940 bekend zijn.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.haaraalde.nl/vlijt/wordpress/spantloze-pontons-1940/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

<!-- Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: http://www.w3-edge.com/wordpress-plugins/

Served from: www.haaraalde.nl @ 2012-02-22 20:51:30 -->
