Pampus in Venezuela 1955-1961
Door: Huib de Vries, 19 apr, 2012 in Zeiljachten
SHELL Venezuela

Sinds 1912 is Shell in Venezuela bezig met opsporing en winning van olie. Veel activiteiten werden ontwikkeld bij het Meer van Maracaibo en bij de kustplaats Cardon. De vele medewerkers kregen van Shell steun om hun vrije tijd prettig te besteden, onder meer door te zeilen. ‘Shell International Petr. Company Ltd.’ in Londen kocht daarvoor onder andere vanaf 1954 veertien zeiljachtjes van de Pampusklasse die door De Vries in Aalsmeer werden gemaakt. Zeven daarvan gingen naar Curaçao en zeven andere naar de twee zeilclubs in Venezuela. Het transport van de boten gebeurde met schepen van de KNSM of met eigen Shelltankers.
Maracaibo

Shell had twee zeilclubs in Venezuela, de eerste was gevestigd in Maracaibo en heette de ‘CaribbeanYacht Club’ .
Dankzij de oude relatie tussen de gebroeders De Vries en Ir. D.N. Dietz die voor de Shell in Maracaibo werkte, kwamen er omstreeks 1954 opdrachten binnen om enkele pampussen voor Venezuela te bouwen. ‘Daan’ Dietz was zelf een enthousiaste zeiler en had al in 1938 op de scheepswerf in Aalsmeer zijn zeiljacht “Friso” laten bouwen. In augustus 1954 schreef hij vanuit Maracaibo dat hij als bestuurslid van de Caribbean Yacht Club overwoog om enkele pampussen te bestellen. De club bestond toen nog maar anderhalf jaar maar de pampus was zeer geschikt voor het soms ruwe water van het Meer van Maracaibo, schreef hij. In de zomer van 1955 werd de eerste teakhouten boot afgeleverd, maar in verband met overplaatsing naar Colombia maakte Dietz zelf dit niet meer mee.

Tekeningen (1957), gebruikt op de scheepswerf
Een rolletje bladgoud
Deze pampus, bouwnummer 532, werd in 1955 op ‘De Vlijt’ gebouwd. Scheepstimmerman Klaas Moenis begon op 9 december 1954 met de bouw en op 30 juni 1955 was de boot klaar om te worden afgeleverd. Zeilmaker C. Hali maakte de zeilen en tuigage, hij rekende daar ƒ 1531,03 voor. De kostprijs was ƒ 6500,56. Er zijn nog een paar bouwkosten bewaard gebleven, bijvoorbeeld: 1 rolletje bladgoud ƒ 11,20. Driehonderd kilo lood voor de kiel ƒ 405,00 en 5 knotten breeuwkatoen ƒ4,00. De naam van de boot werd ”Kuipa”.
‘Mara’ en ‘Baruta’
In april 1960 werden twee Pampussen op stapel gezet voor de Caribbean Yacht Club in Maracaibo. Ze werden gemaakt van teakhout, de boot met bouwnummer 571 werd zwart geschilderd en kreeg de naam “Mara”. Bouwnummer 572 kreeg een gele kleur, haar naam werd ” Baruta”. De zeilen en tuigen werden geleverd door de firma Kersken uit Kudelstaart.
Op 28 september 1960 werden de zeiljachtjes in Amsterdam aan boord gebracht van het KNSM schip s.s. ‘Delft’.
Cardon

In deze plaats bevond zich de tweede jachtclub, de naam was: ‘Club Nautico de Cardon’. Het volledige adres was Compania Shell de Venezuela, Refineria Cardon, Punto Fijo, Falcon, Venezuela. Deze raffinaderij was een van de grootste ter wereld en was omstreeks 1940 opgericht.
De eerste teakhouten pampus voor deze club kreeg bouwnummer 534 en werd tussen april november 1955 op de werf ‘Westeinder’ gebouwd. De kostprijs van het zeiljacht was ƒ 6716,70 en na afrekening bleek dat er een winst was behaald van ongeveer ƒ 12 ! In november 1955 werd de boot naar Amsterdam gebracht door Jo van Laar en Piet Vogelaar en daarna naar Venezuela verscheept. Op maandag 26 november vertrok het zeiljachtje vanuit Rotterdam aan boord van de Shell tanker ‘Tomocyclus’ via Curaçao naar Cardon. Daar arriveerde de pampus op 19 december 1955 in goede staat. De naam van deze pampus is niet meer bekend.

Transport naar Cardon aan boord van de Shell tanker “Tomocyclus”
‘Albacora’ en ‘Dolfin’
In de loop van 1958 werden nog twee pampussen voor de Shell zeilclub in Cardon gebouwd. Ook deze zeilboten werden op scheepswerf ‘Westeinder’ gemaakt, de kostprijs van de twee was ƒ 14.796,21. De masten werden geleverd door de mastenfabriek Van der Neut, de zeilen kwamen uit Engeland en waren gemaakt bij Gowen & Co, zeilmakerij Kersken leverde de tuigage. Voor het vertrek naar Cardon werden beide Pampussen door de K.V.N.W.V. gemeten en kregen ze de zeilnummers 275 en 276. Ze werden gedoopt als “Albacora” en Dolfin”. Vanaf de Surinamekade in Amsterdam vertrokken op 4 september 1958 de twee pampussen aan boord van het KNSM-schip ‘Breda’ naar Cardon. In oktober 1960 werd er nog een vierde pampus naar Cardon verscheept, deze teakhouten zeilboot kreeg de naam “Marlin-Azul”. De prijs van deze pampus was ƒ 8890,–.
Reserve spanten
De pampussen bij Cardon hadden vaak te maken met een tamelijk wilde zee. Oorspronkelijk waren deze bootjes natuurlijk niet voor dit soort omstandigheden bedoeld. Maar ze werden goed onderhouden en wanneer nodig gerepareerd. Daarom bestelde de voorzitter van de zeilclub “Nautico” in 1961 reserve spantjes en een reserve mast met zaling. In oktober van dat jaar verscheepte de werf in Aalsmeer een mast met zaling en beslag met een waarde van ƒ316. Daarbij kwamen 120 stuks ‘prima essen spanten‘ met een lengte per stuk van 2.80 m, 24×18 mm, ter waarde van ƒ 456.
Curaçao
Ook voor de Shell vestiging op dit eiland werden teakhouten Pampus zeiljachtjes gebouwd, tot 1960 in totaal zeven boten. Op zondag 17 januari 1960 werd door de Asiento zeilclub het nieuwe seizoen geopend met de symbolische overdracht van 6 nieuwe Pampussen die op “De Vlijt” waren gebouwd. Feestelijk gepavoiseerd voeren de scheepjes langs het Paviljoen ‘Brakkeput’, de eerste wedstrijd werd gewonnen door W. Evers. Na 1971 werd de pampus geleidelijk vervangen door de Yngling. Verschillende particulieren kochten een pampus en knapten die op, waarbij de romp dikwijls werd voorzien van een laagje polyester.
Onderstaande foto werd in die tijd op Curaçao gemaakt door de heer A. Kiffen. Duidelijk is te zien hoeveel pampussen daar toen nog zeilden.

Foto: Albert Kiffen
Slot
Nu, 50 jaar later, zal waarschijnlijk de ‘vloot’ van Pampussen in Venezuela en op Curaçao niet meer aanwezig zijn. Daarom zijn wij benieuwd of er nog oudgedienden zijn die foto’s uit die tijd bezitten en ze misschien op deze website met ons willen delen.
2 Trackback(s)
Post a Comment